Hoepelrokjesdag

Tatarataa! Zomaar ineens zag ik ze staan langs een pad in de Laarmantuin. Tientallen wuivende felgele exemplaren. Met hun opvallende schuin naar boven wijzende smalle trompetjes kondigden ze de komst van de lente aan. Ze waren me nooit eerder opgevallen. Omdat ze zo klein zijn? Ben ik hier nooit eerder tijdens hun bloeiperiode langsgekomen? Heeft de tuinbaas pas afgelopen jaar hun bolletjes in de grond gestopt?

Op een bordje in de tuin las ik de wetenschappelijke naam: Narcissus bulbocodium conspicuus. In het Nederlands heet het bloempje Hoepelroknarcis. Ik werd helemaal blij van de bloemetjes en van hun naam.

De Narcis heeft zijn naam te danken Narcissus, een Griekse mythologische figuur. Een aantrekkelijke jongeman, die al zijn aanbidders afwijst en daarvoor gruwelijk gestraft wordt. Hij wordt namelijk verliefd op zijn eigen spiegelbeeld in het water. Telkens als hij een poging doet zijn eigen spiegelbeeld aan te raken gaat het water rimpelen en verdwijnt zijn geliefde. Hij blijft wachten op het moment dat aanraking wel mogelijk is, vergeet te eten en drinken en kwijnt uiteindelijk weg. Wat overblijft is een bloem, de Narcis.

Trieste geschiedenis eigenlijk. Net als de geschiedenis van de hoepelrok. Stijlicoon Eugénie, de vrouw van keizer Napoleon III, droeg in 1855 een exemplaar om haar zwangerschap te verbergen. Er ontstond vervolgens een ware hoepelrokgekte onder vrouwen. Helaas leidden de rokken door hun omvang tot veel ongemakken en zelfs dodelijke ongelukken. Vrouwen in fabrieken raakten met hun rokken verstrikt in machines en werden vermorzeld. Daarnaast gebeurde het vaak dat de rokken in brand vlogen als vrouwen ongemerkt te dichtbij open vuur kwamen. In 1863 verloren tweeduizend vrouwen in hoepelrokken hun leven bij een brand in een kerk, doordat ze tijdens hun vlucht in elkaars rokken verstrikt raakten.

Ach en wee. En ik had de dag van mijn ontdekking van het bloempje nog wel willen uitroepen tot Hoepelrokjesdag.

 

naar nieuwsoverzicht