|
Het woord 'broekbos' is verwant met het Engelse 'brook' of 'beek'. Bij ons was vroeger de 'broek' een vochtige weide met mals gras langs een beek of rivier. Dit soort weiden lag op zachte klei. Onder broekbossen verstaat men echter moerassen. Elzenbroekbossen en berkenbroekbossen liggen in gebieden met zure veengrond, niet op de klei. Elzen groeien goed op veen. Bij de ontginning bleven smalle stroken veen staan, om de turven met een kar weg te kunnen brengen. Op die stroken kon het broekbos terugkomen. De Hortus ligt op de flank van de Hondsrug, waar zand en veen in elkaar overgaan. Het Elzenbroekbosje is nu een schuilplaats voor kikkers, padden en salamanders. Sijsjes en ptters eten 's winters vande elzenproppen. Muggen, dazen en libellen leggen hun eitjes in het water. Het elzenhaantje, ook een insect, voedt zich met het elzenblad.
|